Mijn cliënt ging op Umrah. Voor ons moslims is dat een reis waar je naar uitkijkt. Je hoofd leegmaken, je volledig richten op Allah (swt), op ibadah. Even weg van de dagelijkse routine, van werk, van verplichtingen, van administratie. Je neemt je paspoort mee, je hebt je visum geregeld en je neemt cash mee. Want in Saudi-Arabië betaal je vooral cash. Bij de taxi, bij de eettent, in de winkel.
Tijdens zijn verblijf in Mekka nam mijn cliënt eenmalig €100,- op voor zijn dagelijkse uitgaven.
Terug in Nederland ontving hij een brief van zijn bank. Waarom had hij €100,- gepind in Saudi-Arabië? Wat had hij ermee gedaan? En kon hij dat onderbouwen met documenten, zoals bonnetjes?
Mijn cliënt legde het uit. Het geld was opgegaan aan dagelijkse kosten tijdens Umrah. Contant betaald, zoals iedereen dat daar doet. Bonnetjes had hij niet, want die krijg je daar vaak gewoon niet.
Wat volgde had hij niet verwacht. De bank nam geen genoegen met zijn uitleg. Er kwamen meer vragen. En nog meer vragen. Uiteindelijk verloor hij zijn bankrekening. Want zijn bank dacht aan een bomaanslag.
Ongebruikelijk volgens wie?
Banken zijn op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (de Wwft) verplicht om ongebruikelijke transacties te signaleren. Maar wie bepaalt wat ongebruikelijk is?
Een contante opname tijdens een reis in het buitenland is gebruikelijk. Het gaat in deze zaak ook maar om een relatief klein bedrag. Saudi-Arabië staat bovendien niet op de lijst van hoogrisicolanden. Mijn cliënt deelde met de bank documentatie waaruit blijkt dat hij op Umrah was.
Naar Mekka gaan is voor moslims niet alleen een gebruik, het is een religieuze aanbidding. Geld opnemen van €100,- euro in Mekka, met bewijs dat je op Umrah bent, is heel gebruikelijk.
Waarom bleef de bank dan volhouden dat deze transactie ongebruikelijk was?
De escalatie
De bank nam geen genoegen met de uitleg van mijn cliënt. De vragen breidden zich uit. Transacties uit het (verre) verleden werden opnieuw beoordeeld. Steeds werd gevraagd om bewijs van uitgaven die nu eenmaal contant gaan en achteraf niet met papieren zijn te onderbouwen. De lat werd steeds verder opgeschoven, totdat de bank besloot de bankrelatie te beëindigen.
Mijn cliënt accepteerde dat niet. We hebben de beëindiging aangevochten en een rechtszaak aangespannen.
Want de vraag die vanaf het begin open bleef staan was: waarom eigenlijk? Waarom viel juist deze transactie van €100,- op? Wat was de aanleiding voor dit onderzoek, en hoe werd besloten het steeds verder uit te breiden? Waarom werd de uitleg van cliënt niet geloofd?
We hebben de bank gevraagd om inzage te geven in haar besluitvorming. De bank weigerde. Er kwam geen uitleg over de criteria, geen toelichting op de stappen die uiteindelijk leidden tot het verlies van zijn bankrekening.
Ook bij de rechter kwam dat niet boven tafel.
Wat wel boven tafel kwam was het verweer van de bank. En daarin stond, zwart op wit, dat het niet vreemd was dat de bank vragen stelt over een transactie van €100,- in Saudi Arabië. Want: “Met enkele honderden euro’s kan bijvoorbeeld al een (bom)aanslag worden gepleegd.”
Mijn cliënt was in shock toen hij dat teruglas in de stukken. Zijn bank had in een processtuk gericht aan de rechter, over hem, in de context van zijn bedevaart en €100,- pinnen, aan een bomaanslag gedacht.
Een patroon
De zaak van mijn cliënt staat niet op zichzelf. In 2024 publiceerde het Ministerie van Financiën een onderzoek uitgevoerd door KPMG en I&O Research naar ervaren discriminatie door banken. De aanleiding waren signalen die het ministerie had ontvangen uit de moslimgemeenschap. Moskeeën die zich moesten verantwoorden over gelddonaties van hun eigen leden. Moslims die werden bevraagd over transacties die gewoon horen bij het praktiseren van hun geloof en het volgen van islamitische gebruiken en verplichtingen.
Uit het onderzoek bleek dat Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond het vaakst discriminatie ervoeren bij banken. Vooral overmatige controles en vragen doordrenkt van wantrouwen werden als discriminerend ervaren.
De toenmalige minister van Financiën noemde de bevindingen onacceptabel.
De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme concludeerde dat moslims structureel worden gediscrimineerd door banken bij klantenonderzoek.
Het College voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat deze manier van werken kan neerkomen op discriminatie op grond van geloof of afkomst.
Twee jaar later merk ik geen verbetering. Sterker nog, ik zie het toenemen. De aanleiding is elke keer anders, maar het patroon is steeds hetzelfde. Naar mijn ervaring gaat het dan ook vaak helemaal niet om de transactie zelf. Het risicoprofiel dat de bank hanteert in het kader van terrorismebestrijding bepaalt wie er onder de loep wordt genomen. En in dat profiel past de moslim.
De rekening
Mijn cliënt paste in dat profiel. Hij reisde naar Saudi-Arabië, nam daar €100,- op en deed dat in de context van zijn Umrah. De bewijslast lag bij hem om aan te tonen dat dit geen risico vormde in het kader van terrorismebestrijding, terwijl hij niets had gedaan dan het verrichten van een religieuze aanbidding.
De bank bepaalt zelf wanneer een transactie ongebruikelijk is. De bank bepaalt zelf wanneer een antwoord voldoende is. De bank bepaalt zelf wanneer het onderzoek klaar is. Maar wie de normen stelt, stelt ook de uitkomst vast. En in het geval van mijn cliënt verschoof de lat telkens als hij dacht eraan te voldoen. Geen antwoord was voldoende. Geen verklaring afdoende. Geen medewerking genoeg.
Uiteindelijk betaalt hij de rekening van een systeem dat zijn leefwereld niet kent, zijn religie niet begrijpt en zijn uitleg niet accepteert.
Wat dit systeem doet met de moslimgemeenschap gaat verder dan individuele zaken. Mensen die gewoon hun geloof praktiseren en hun dagelijkse leven leiden, beginnen hun eigen gedrag te censureren. Ze denken twee keer na voor ze een donatie doen aan hun moskee. Ze aarzelen voor ze geld overmaken naar familie in het buitenland. Ze lopen op eieren, bang om op een lijst te belanden, bang om gelieerd te worden aan iemand die zijn bankrekening is verloren. Sommigen hebben inmiddels geen bankrekening meer. De angst die dit systeem zaait in onze gemeenschap is een vorm van schade die nergens in een rechtszaak wordt meegewogen, maar die ik regelmatig zie.
Het is tijd om dit probleem effectiever aan te pakken. MRWN zet zich in voor moslims die te maken hebben met bancaire profilering — via juridische bijstand, bewustwording en belangenbehartiging. In sha Allah Binnenkort hierover meer. Houd MRWN in de gaten.
Samira Sabir