Een persoonlijk reisverslag over solidariteit, keuzes en verantwoordelijkheid.
In november 2024 reisde ik met een groep voor het eerst naar Amman om vervolgens Palestina te bezoeken. Het land waar mijn hart al sinds mijn kindertijd naar verlangt. Een plek die ik in mijn dromen al zo vaak had bezocht, terwijl ik er nooit eerder was geweest.
Als oprichter van Laat Gaza Leven, een beweging die zich inzet voor bewustwording rondom de boycot van producten en diensten die de bezetting ondersteunen, vond ik het moeilijk om te zien dat sommige medereizigers in Amman Pepsi dronken. We waren onderweg naar een volk dat al generaties lang wordt verdreven, onderdrukt en geconfronteerd met structureel onrecht. Een volk dat tot de dag van vandaag de dag wordt getroffen door genocidaal geweld. En toch stonden daar die producten, alsof hun lijden niet bestond.
Dat maakte me boos, verdrietig en verbijsterd. Hoe kun je op weg zijn naar Palestina en tegelijkertijd producten consumeren die volgens boycotcampagnes verbonden zijn aan bedrijven die profiteren van de illegale bezetting? Weten we niet wat er gebeurt in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en met Palestijnen sinds 1948 en daarvoor?
Misschien verwachtte ik te veel. Misschien dacht ik dat iedereen die deze reis maakt dezelfde overtuiging en verantwoordelijkheid zou voelen. Maar op dat moment voelde het alsof er een kloof zat tussen wat we kwamen zien en wat we bereid waren los te laten.
De confrontatie viel niet bij iedereen goed. Maar eerlijk gezegd kon me dat op dat moment weinig schelen. De frustratie en machteloosheid over wat Palestijnen dagelijks meemaken waren groter dan mijn behoefte om voorzichtig te formuleren. Als er zo weinig rekening wordt gehouden met de gevolgen van keuzes voor een volk dat al zo lang lijdt, waarom zou ik dan mijn woorden inhouden?
Ik besef dat mensen verschillende afwegingen maken. Niet iedereen beleeft dit op dezelfde manier. Maar in dat moment overheersten emotie, verdriet en onmacht. Het gevoel dat woorden pas betekenis krijgen als ze zichtbaar worden in daden.
Twee dagen later gingen we richting de grensovergang. Zonder problemen mocht ik door. Tegelijkertijd moesten we onze reisbegeleider achterlaten. Zijn roots lagen in Nablus, maar Palestina had hij zelf nog nooit mogen zien. Het voelde wrang dat wij, een groep uit Nederland, wel naar binnen konden, terwijl iemand van daar dat niet kon. Wat een onrecht.
Toen ik aankwam, voelde ik direct rust. Alsof ik thuiskwam. Ondanks alles was de schoonheid en geur van het land overal voelbaar.
Als enige droeg ik een keffiyeh. Zonder voelde ik me kaal. Ik draag hem al sinds mijn kindertijd; hij is onderdeel van wie ik ben. Ondanks adviezen weigerde ik hem af te doen. Ik accepteerde niet dat angst of meningen van anderen mij zouden laten verbergen hoe ik erin stond. Slechts één keer werd ik door een militair aangesproken met de vraag hem af te doen. Tien meter verder deed ik hem weer om. Eigenwijs misschien, maar voor mij was het een kleine vorm van verzet: weigeren mijn overtuiging te verbergen. Ik vertrouwde volledig op Allah swt, die mijn intenties kent.
In november 2025 kreeg ik opnieuw de uitnodiging van Allah swt om Palestina te bezoeken. Opnieuw liet ik mijn kinderen achter om een droom na te jagen die mij al mijn hele leven vergezelt. Mijn gedachten gingen uit naar Al-Aqsa, de derde heiligste moskee van de Islam en de eerste qibla. Ik voelde diepe dankbaarheid. De plaats die door Allah swt gezegend en heilig verklaard is, betekende meer voor mij dan woorden kunnen beschrijven.
Ook deze keer verliep de grensovergang zonder problemen. Een grensbeambte merkte op dat ik er het jaar ervoor ook was geweest en kort daarna kreeg ik mijn visum.
Eenmaal binnen belde ik mijn moeder: “Yemma, ik ben in het land van de profeten.” Ze zweeg even en zei toen: “Ik wist dat je op een dag weer zou vertrekken.” Die woorden raakten me. Ze wist dat een deel van mijn hart in Palestina ligt.
Dit keer voelde het anders. Drie mensen die ik kende werden de toegang geweigerd mensen die zich hadden ingezet voor Palestina, die hun stem en tijd hadden gegeven. En toch mochten zij niet naar binnen. Ik wel. Het voelde onwerkelijk. Tegelijkertijd waren er anderen die zonder problemen binnenkwamen, terwijl ze niets hadden met boycots. “Wat heeft het voor zin?” hoorde je dan. Ik begreep het niet.
Maar uiteindelijk ligt de wijsheid hiervan bij Allah swt.
We brachten vijf dagen door in Al-Aqsa en keerden daarna terug naar Amman. Tijdens het avondeten keek ik om me heen en zag overal Pepsi-blikjes. Mijn eetlust verdween direct en schoof mijn bord weg.
We kwamen net terug uit een land waar we het onrecht met eigen ogen hadden gezien. En toch stonden die blikjes daar alsof er niets was gebeurd. Ik zag geen frisdrank, maar de symbolen van geweld en bezetting.
Het raakte me diep. Niet door de bezetter, maar door onszelf. Door mensen die geraakt zijn, maar niet altijd bereid zijn om consequenties te verbinden aan wat ze hebben gezien.
De volgende dag vroeg de groepsleider of ik iets wilde delen over boycotten. Ik pakte de microfoon en vertelde over het werk van Laat Gaza Leven en over wat het met me deed om die blikjes te zien. Over het belang van bewuste keuzes. Over het feit dat solidariteit niet alleen zit in woorden of reizen naar Palestina, maar in dagelijkse keuzes, wat je koopt, wat je laat staan en waar je voor kiest wanneer niemand kijkt.
Toen ik weer in het vliegtuig stapte, liet ik Palestina achter. Althans fysiek. Want Palestina laat je nooit echt los. Het reist met je mee in gedachten, in gebeden, in keuzes. De vraag is niet wat we voelen in Palestina, maar wat we ermee doen zodra we weer thuis zijn. Palestina heeft geen behoefte aan alleen onze tranen, maar aan onze keuzes.
En misschien is dat de belangrijkste les die ik kan doorgeven: je bent niet machteloos. Je hebt altijd een keuze. En elke keuze telt. Maar uiteindelijk ligt de uitkomst bij Allah swt.
Hij kent onze intenties en bepaalt alles. We weten dat we ter verantwoording zullen worden geroepen voor wat we hebben gedaan voor de onderdrukten: of we in actie zijn gekomen of stil zijn gebleven.
En misschien is dat de echte vraag die blijft hangen:
Wat heb jij gedaan toen je wist?
Mimount Bahida